Aanleiding Adviescollege

Het kabinet heeft op 27 november 2020 ingestemd met het voorstel van de staatsecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties om het Adviescollege ICT-toetsing in te richten als opvolger van het Bureau ICT-toetsing (BIT). Daarmee geeft het kabinet invulling aan de toezegging van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 20 december 2019 om het BIT te positioneren als een permanente, op afstand geplaatste toetsingsautoriteit met een wettelijke grondslag.

Het opstellen van de instellingswet waarmee die wettelijke grondslag voor het Adviescollege wordt gecreëerd, kost tijd. Daarom is een tijdelijke grondslag gecreëerd via het
 Instellingsbesluit Adviescollege ICT-toetsing. In 2021 wordt de wettelijke grondslag voorbereid waarmee het permanente karakter van het Adviescollege tot uitdrukking komt. 

Achtergrond Bureau ICT-toetsing

Het Adviescollege ICT-toetsing is de opvolger van het BIT. Het BIT ontstond op advies van de Tijdelijke commissie ICT, ingesteld in 2012 door de Tweede Kamer onder voorzitterschap van Ton Elias. Uit rapporten van onder meer de Algemene Rekenkamer bleek toen dat overheidsprojecten met een grote ICT-component dikwijls niet goed verliepen. De commissie stelde voor om een tijdelijk bureau in te richten dat zou controleren of bij de start van een project aan verschillende belangrijke eisen is voldaan. Dit werd het BIT. Het BIT was een tijdelijk bureau. De bedoeling was dat het na 5 jaar zou worden opgeheven omdat ministeries dan voldoende zouden zijn uitgerust om zelf projecten uit te voeren.

Het kabinet koos er in 2015 voor om het BIT onder te brengen bij de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.  De rol en positie van het BIT werden geregeld in het Instellingsbesluit.